Ergens onder de straat bij uw kantoor ligt misschien glasvezel die niemand gebruikt. Dat heet dark fiber: glas dat al in de grond ligt, maar pas licht draagt als iemand aan beide kanten apparatuur aansluit. Voor steeds meer Nederlandse bedrijven is dat ongebruikte glas de goedkoopste weg naar een snelle, eigen verbinding tussen hun locaties.
Wat dark fiber eigenlijk is
Als u een beheerde lijn bij een carrier afneemt, huurt u een dienst: de carrier bezit de glasvezel, de apparatuur aan beide kanten en de bandbreedte die u mag gebruiken. Bij dark fiber huurt u (of koopt u het gebruiksrecht op) alleen het glas. De switches en optics levert u zelf, dus u bepaalt de snelheid. Hetzelfde vezelpaar draait vandaag 1G en morgen 10G of 100G, alleen door de optics te wisselen.
Dark fiber en een beheerde lijn naast elkaar
- Snelheid: bij een beheerde lijn betaalt u voor een vaste bandbreedte. Bij dark fiber is de enige grens de optic die u insteekt.
- Upgrades: meer bandbreedte op een beheerde lijn betekent een nieuw contract. Op dark fiber betekent het twee optics wisselen.
- Privacy: dark fiber is een fysieke punt-tot-puntverbinding. Uw verkeer deelt geen apparatuur met andere klanten van een carrier.
- Bewaking: een beheerde lijn wordt door de carrier voor u bewaakt. Bij dark fiber is dat uw taak, of die van uw IT-partner.
Waarom dit in Nederland speelt
De afgelopen twintig jaar hebben gemeenten, regionale ontwikkelingsmaatschappijen en netbeheerders hun eigen glasvezelnetten aangelegd, vaak om gemeentehuizen, scholen en bedrijventerreinen te verbinden. Een bekend voorbeeld is TReNT in het oosten van het land: in 1999 opgericht door de Universiteit Twente en OostNL, nu onderdeel van netbeheerder Alliander, met ruim 2.000 km glasvezel. Veel van deze netten bieden dark fiber aan bedrijven en aan publieke organisaties.
Voor een mkb-bedrijf met twee of drie locaties verandert daarmee de vraag. Niet meer "welke carrierlijn kopen we?", maar "kunnen we dit zelf belichten?"
Wat u nodig hebt om het te belichten
- Een switch of router aan elke kant met het juiste slot: SFP voor 1G, SFP+ voor 10G, SFP28 voor 25G of QSFP28 voor 100G.
- Optics die bij de afstand passen. Hier gaat het meestal mis. Multimode optics voor korte afstand (SR) zijn voor binnen een gebouw. Dark fiber tussen locaties is bijna altijd single-mode, dus u hebt LR optics (circa 10 km), ER (circa 40 km) of ZR (circa 80 km) nodig, afhankelijk van de lengte van het tracé.
- De vezelgegevens van de eigenaar: lengte van het tracé, vezeltype en de gemeten demping in dB. Stem het power budget van uw optics af op die demping, niet alleen op de afstand op de kaart.
- Een plan voor groei. Hebt u maar één vezelpaar, dan laten CWDM, DWDM of BiDi optics meerdere kanalen, of beide richtingen, over hetzelfde glas lopen.
Een rekenvoorbeeld
Stel: u hebt een kantoor en een magazijn op 14 km van elkaar, en de vezeleigenaar meldt een demping van 6 dB op het tracé. Een LR-optic voor 10 km is dan niet de juiste keuze: het tracé is langer dan de specificatie en het power budget wordt krap. Een ER-optic voor 40 km overbrugt het tracé met ruimte voor verouderende connectoren en toekomstige lassen. In de praktijk zetten wij aan beide kanten een 10G SFP+ ER module, houden we er een op voorraad, en de verbinding staat.
De omgekeerde fout komt ook voor. Een long-reach optic op een heel kort tracé kan zoveel licht sturen dat de ontvanger aan de andere kant overstuurd raakt. Een kleine inline attenuator lost dat op. Daarom telt het dempingsgetal van de eigenaar zwaarder dan de afstand alleen.
Is het altijd goedkoper?
Niet altijd, maar over de looptijd van het contract vaak wel. U ruilt een maandelijkse dienstvergoeding in voor een eenmalige investering in hardware plus huur van de vezel. Daar staat verantwoordelijkheid tegenover: er kijkt geen NOC van een carrier mee, dus u hebt iemand nodig die de verbinding bewaakt en een reserve-optic op de plank heeft. Voor de meeste organisaties met een IT-partner is dat een kleine prijs voor een verbinding die volledig in eigen hand is.
Vragen voor de vezeleigenaar
- Is de vezel single-mode (OS2), en hoeveel vezels zijn er vrij op het tracé?
- Wat is de gemeten end-to-end demping, en is er een OTDR-rapport?
- Welke connector zit er op het overdrachtspunt, LC of SC?
- Hoe lang loopt de huur, en wie repareert de kabel als die bij graafwerk wordt geraakt?
- Waar zit het overdrachtspunt precies in uw pand, en wie brengt de vezel naar uw rack?
Onze tip
Zoek uit wie de glasvezel in uw straat of op uw bedrijventerrein bezit, vóór uw volgende connectiviteitscontract wordt verlengd. Vraag de gemeente, de regionale ontwikkelingsmaatschappij of de lokale glasvezelaanbieder of er dark fiber beschikbaar is en wat de demping van het tracé is. Met dat ene getal wordt het kiezen van de juiste optics eenvoudig.
Hoe wij helpen
Networkser Group levert de hardware precies hiervoor: transceivers en optics van korte afstand tot long-haul, 10G SFP+ modules, CWDM, DWDM en BiDi optics voor tracés met één vezelpaar, en de switches om ze in te steken. Nieuw met optics? Lees onze gids over het kiezen van de juiste SFP-transceiver, of neem contact op en we helpen u de optics op uw tracé af te stemmen.